‘Misdaad loont voor Marokkaanse probleemjongeren nog te vaak’

Meer dan twintig jaar beleid om jonge Marokkaanse criminelen in het gareel te brengen heeft veel te weinig opgeleverd, schrijft Hans Werdmölder in een opinie-artikel.

In 1990 schreef ik mijn proefschrift Een Generatie Op Drift over de teloorgang van een groep Marokkaanse randgroepjongeren in Amsterdam. Toen ging ik er nog van uit dat als jongeren in Nederland zouden zijn geboren, hier naar school gingen en opgroeiden, zij zouden integreren in de Nederlandse samenleving.

Toch was ik er niet helemaal gerust op. In de slotbeschouwing noteerde ik: ‘Zonder een actief en adequaat opvang- en integratiebeleid zal een groot deel van de Marokkanen die op jonge leeftijd naar Nederland zijn gekomen, deel gaan uitmaken van de onderkant van de samenleving. In de grote steden sluiten zij zich aan bij het groeiend aantal ‘straathoekmannen’, die dagelijks hun tijd ledig doorbrengen met drank en drugs.

Het toekomstperspectief van Abdel, Appie en vele andere randgroepjongens zal dan beperkt blijven tot een vaste plek in het Marokkaanse koffiehuis.

Beschermende cocon

Ruim twintig jaar later kan ik de proef op de som nemen. Integratie gaat niet vanzelf, ook niet als er een batterij aan hulpverleners bij betrokken is. Een belangrijk deel van de mannen die ik toen volgde is nog steeds crimineel of hangt aan het infuus van de verzorgingsstaat. Sommigen zijn schizofreen geworden. Dit is een serieus maatschappelijk probleem, want er komen nog steeds jonge criminelen bij. In 2009 stonden twee op de drie Marokkaans-Nederlandse jongemannen tussen 12 en 24 jaar als verdachte geregistreerd bij de politie.

De grote criminaliteit, de overlast op straat en het gewelddadige fundamentalisme komen allemaal uit dezelfde bron. Een pijnlijk onderwerp, maar de problemen moeten bespreekbaar worden gemaakt, anders blijven ze maar voortwoekeren en rotten in hun eigen beschermende cocon.

Vuile was

Die bron is de diepgewortelde behoefte aan ‘erkenning’ die aan de basis ligt van veel groepsgedrag. Men is pas iets of iemand bij erkenning door anderen. Het gedrag van een Marokkaans individu – dit geldt voor zowel hoog- als laagopgeleiden – wordt doorgaans niet zo zeer bepaald door wat hij er zelf van vindt, maar vooral door wat zijn groepsgenoten ervan denken. De eigen groep stelt de maatstaf voor waardering of veroordeling.

Die houding betekent dat je niet je vuile was buiten moet hangen. De boodschapper van het slechte nieuws verstoort de rust, zeker als hij uit eigen gelederen komt. Hij of zij – meestal een hij – dient monddood te worden gemaakt.

Voor de Marokkaanse gemeenschap telt de goede naam en eer van de familie, de waarheid is daaraan ondergeschikt. Dat is een belangrijke reden waarom Marokkaanse verdachten (bijna) altijd ontkennen. Waarom zou je de waarheid aan iemand vertellen die je niet kent, en daarmee je familie nog in verlegenheid brengen?

Mantel der liefde

De solidariteit van de groep gaat boven het algemeen belang. Zolang het religieuze fundamentalisme, de grote criminaliteit en het overlastgevende gedrag van Marokkaanse jongeren door de eigen gemeenschap met de mantel der liefde worden bedekt of gedoogd, zal het probleem blijven bestaan.

Het vraagstuk van Marokkaanse probleemjongeren heeft zo lang kunnen voortsudderen door de angst het probleem in de juiste termen te benoemen en de aanpak erop af te stemmen. Drie decennia beleid inzake Marokkaanse probleemjongeren heeft geleid tot een breed veld van welzijnsorganisaties, straat- en gezinscoaches, een nieuwe aanpak van de reclassering, integratiespecialisten, gespecialiseerde psychiaters, psychologen, strafrechtadvocaten, en nog veel meer.

Door de betrokkenheid van zo veel organisaties – bij de Top 600 niet minder dan veertig – is het vrijwel onmogelijk een andere, meer confronterende weg in te slaan.

Buiten- en binnenwereld

Te veel coaches, hulpverleners en andere professionals willen zo graag in de smaak vallen bij hun cliënten, dat ze voortdurend struikelen. Sentimentaliteit en ‘goede bedoelingen’ zitten hen in de weg. De ambtelijke wereld kijkt toe en voert geen of onvoldoende regie.

In de aanpak van criminele Marokkanen vindt een voortdurend gevecht plaats tussen de binnenwereld en de buitenwereld wat wordt genoemd. Die binnenwereld zijn de hulpverleners in de zorginstellingen. De buitenwereld bestaat uit stadsdeel, Openbaar Ministerie, politie en woningbouwcorporatie.

De kritiek van de buitenwereld is dat het grote aantal interventies vanuit instellingen van de binnenwereld niets heeft opgeleverd. Veel jongeren zijn verslaafd aan drugs en resistent tegen elke vorm van hulpverlening. De kritiek van de binnenwereld is dat de anderen de werkelijkheid niet kennen en meer geduld moeten tonen omdat hun aanpak gericht is op de lange duur.

Alles is geoorloofd

En hoe zit het tussen de Marokkaanse jongens onderling? Daar heersen de competitieve sfeer en het tomeloze individualisme. Dat is niet strijdig met het collectivisme. Besodemieteren, op oneerlijke wijze elkaar de loef afsteken, negatieve roddel en kwaadsprekerij, alles is geoorloofd.

De ‘ieder-voor-zichmentaliteit’ komt dan weer bovendrijven. De prijs van wegkijken is hoog. In de ogen van veel jonge criminelen loont de criminaliteit. Nog steeds.

Bron: www.parool.nl

Datum: 5 oktober 2015