Cordaan Jeugd kiest voor open en transparant

Marc Smit en Mariette van Bilderbeek zijn allebei interne projectleider voor het In voor zorg-traject bij Cordaan Jeugd. Met communicatie over alle veranderingen in de zorg onderscheidt de organisatie zich positief. Smit is teammanager en Van Bilderbeek is beleidsadviseur van de organisatie. Het In voor zorg-traject zijn ze aangegaan omdat ze bij het transitieproof maken van de organisatie bemerkten dat het lastig was om boven hun eigen organisatie uit te stijgen en te zien wat er moest gebeuren. Dat ze daarbij in eigen vlees moesten snijden, was wel al duidelijk, maar maakte de klus er niet gemakkelijker op. Smit: ‘Op strategisch vlak kunnen we wel ondersteuning van buiten gebruiken.’

Thuis

Al 15 jaar geleden begon de organisatie met het extramuraliseren van zoveel mogelijk kinderen. Kinderen horen thuis en behoren daar hun ondersteuning te krijgen als dat nodig is. Dat staat in de visie die Cordaan Jeugd heeft, vertelt Van Bilderbeek, waarin ook het recht op onderwijs voor ieder kind een belangrijke waarde is. ‘Met de heldere visie zijn we ook binnen Cordaan onderscheidend’ Smit: ‘De keerzijde echter daarvan, is dat we nu gestraft worden, door de transitiebewegingen en de bezuinigingen die dat meebrengt.’

Smit doelt op het feit dat de organisatie op de extramurale cliënten een forse korting krijgt berekend, zonder dit te kunnen opvangen met een extramuralisering van intramurale cliënten zoals veel organisaties dat doen.

Wel 5 transities krijgt Cordaan Jeugd voor zijn kiezen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet, Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zvw) en die van passend onderwijs (een-op-een) naar schoolfinanciering. Smit haast zich te zeggen dat de transities een gouden kans betekenen voor de zorg in de wijken en de zorg om multiprobleemgezinnen, alleen voor de financiën van deze organisatie zijn de consequenties zuur.

Gemeente

De organisatie zit al sinds 2012 met de gemeente om de tafel. Er zijn in Amsterdam 200.000 kinderen en 10 procent van hen heeft op enig moment te maken met een vorm van ondersteuning. Dat kan heel klein en kortdurend zijn, tot zwaar en langdurig.

Cordaan Jeugd heeft met 500 cliënten een niche daarvan onder haar hoede: kinderen met een beperking. Cordaan Jeugd heeft voorzieningen als Kinderdagcentra (KDC), ondersteuning thuis en bij het speciale onderwijs en weekendopvang. Er zijn ongeveer 300 mensen in dienst, die tezamen 200 FTE uitmaken.

De organisatie wil transformeren naar een netwerkorgaan waarvan bovendien de bedrijfsvoering op orde is. Twee In voor zorg-coaches begeleiden het traject. Uit de recent gedane tussenevaluatie kwam naar voren dat Cordaan Jeugd zich met de wijze van communiceren positief onderscheidt, tussen vele andere organisaties die met dezelfde beslommeringen kampen. Smit verwoordt het krachtig: ‘Wij betrachten optimale transparantie. We betrekken medewerkers en ouders zoveel als mogelijk bij alles wat er gebeurt. We zijn helder over wat we weten maar ook helder over wat we niet of nog niet weten.’

Embargo

Uit de gesprekken met medewerker Samuel Schoots en een tweetal ouders, blijkt dat het werkt. Samuel Schoots bijvoorbeeld, is lid van de OR. Hij zit bij veel overleggen als die met In voor zorg! en met het managementteam; hij weet dat dit niet overal in de organisatie even vanzelfsprekend is. ‘Ik ervaar dat ik overal over mag meepraten. Dat ik alles mag vragen en dan informatie krijg. Ook wel onder embargo.’

Er is een tweetal communicatiedoelgroepen, vertelt Van Bilderbeek: de ouders en de medewerkers. ‘We hebben ouders van kinderen met een verstandelijke beperking en ouders die zelf een licht-verstandelijke beperking hebben. We werken met een focusgroep van ouders uit de eerste doelgroep om te testen hoe we de informatie het beste over het voetlicht kunnen brengen. We vragen waarover zij zich zorgen maken en welke informatiebehoefte zij hebben. Ook organiseren we bijeenkomsten voor alle ouders om met hen te delen wat op ons afkomt.’

Een aantal van hen is sterk betrokken bij de organisatie en de ontwikkelingen. Toen een vader voorstelde om als ouders in gesprek te gaan met de gemeente zodat zij konden vertellen wat een en ander voor hen betekent, heeft Cordaan Jeugd deze suggestie vertaald naar een ontmoeting tussen onder meer een beleidsadviseur van de gemeente Amsterdam en ouders. Van Bilderbeek: ‘De gemeente wil niet met organisaties praten gedurende het inkooptraject. De gemeente Amsterdam was echter wel te porren voor een bijeenkomst met ouders.’

Wantrouwen

Van de 300 ouders met wie Cordaan Jeugd in totaal te maken heeft, waren er ongeveer 25 aanwezig. Van Bilderbeek: ‘Nog geen 10 procent van het totaal is niet veel. Maar de ouders die wel kwamen, zijn enorm betrokken. Ouders die met de gemeente te maken gaan krijgen, maar ook ouders voor wie dat niet geldt. Dat is bijzonder.’ Weerstand is bij deze groep ouders dan ook niet de dominante factor betreffende de veranderingen.

Smit: ‘Er is wel veel wantrouwen over de partijen met wie ouders te maken hebben of gaan krijgen. Veel ouders maken mee dat zij telkens opnieuw moeten bewijzen dat hun kind gehandicapt is, om in aanmerking te komen voor regelingen.’ Van een overvloed aan zorg, zoals we die in het verleden wel kenden, is allang geen sprake meer, zegt Smit. ‘Dat is weggesnoeid in de basispakketdiscussie. De kern van de discussie nu, is wat onverzekerbare zorg is en wat reëel is om van mensen zelf te verwachten.’

De discussie met mensen van de gemeente is onder meer bijgewoond door Fatma Chahbari en Sabrina van der Laan, 2 moeders van wie een kind door Cordaan Jeugd wordt begeleid. Wat de ambtenaren onder meer wilden weten is waar zij wat de ouders betreft, niet op mogen bezuinigen. Chahbari: ‘De naschoolse opvang is voor mij enorm belangrijk. Voor veel ouders is ook de weekendopvang van belang. Ouders willen best bijdragen in de vorm van geld of als hulpouder; als de opvangmogelijkheden maar blijven bestaan.’

Moedernetwerk

Chahbari heeft 3 dochters, van wie de jongste door een te laat ontdekte stofwisselingsziekte een verstandelijke beperking heeft. Zij zal nooit zelfredzaam zijn. Omdat haar dochter onder bestaande regelingen valt, blijft haar ondersteuning onder de Wlz vallen.

Chahbari is een betrokken ouder; zij is onder meer actief in het moedernetwerk, waar moeders elkaar ondersteunen die een kind met een beperking hebben. Volgens Van Bilderbeek een netwerk met een sterk ondersteunende functie. ‘We hebben dat samen met de moeders opgezet maar hadden daarbij vooral een faciliterende rol. Deze moeders geven blijk van een enorme kracht in de ondersteuning die zij elkaar bieden.’ Chahbari hamert erop dat ouders vooral behoefte hebben aan zorg en begeleiding. ‘Als naar ouders geluisterd wordt, scheelt dat een heleboel antidepressiva.’

Cordaan Jeugd is een welkome bron van informatie en zorg. Dat zegt ook Sabrina van de Laan, moeder van een zoon met een autistische beperking. Omdat haar zoon al 12 is, kwam hij niet meer in aanmerking voor vakantieopvang. ‘Men kijkt naar leeftijd, niet naar het niveau van het kind. Voor hem is gewone opvang niet mogelijk en medische opvang is onbetaalbaar. Van Cordaan kregen wij in de zomervakantie 10 dagen, de rest hebben wij als werkende ouders zelf opgevangen.’ Het is een veelgehoorde klacht: voor kinderen van 12 die kunnen lopen, oordeelt men dat gespecialiseerde opvang niet nodig is.

Kwaliteitsslag

Van der Laan, ook aanwezig bij de avond met de gemeente, vindt het schandalig dat niet meer ouders naar de bijeenkomst kwamen. ‘Dat is een zwak punt, de ouderparticipatie. Cordaan stelt ons in de gelegenheid om onze boodschap over te brengen, dan moet je daarvan ook gebruik maken, vind ik.’

Samuel Schoots is PB-er A op KDC de Kring. Door de veranderingen in de zorg, krijgen begeleiders met een moeilijker doelgroep te maken. De kinderen met een lichte zorgvraag komen immers niet meer in aanmerking voor de intensieve zorg die zij bij de Kring leveren. Jonge cliënten, die in groepjes van 5 tot 6 door 2 medewerkers worden opgevangen. Iedere dag weer.

Dat de organisatie door de transitie straks minder medewerkers nodig heeft, is niet het allergrootste probleem, vindt Schoots. ‘Als we maar wel met kwalitatief goede mensen blijven werken, dan kunnen we het werk prima aan.’ Hij is sterk voorstander van toetsen op kwaliteit, maar dan wel voor iedereen bij de organisatie, niet alleen die op de werkvloer. ‘Je werkt beter met goede mensen. We kunnen zelfs een kwaliteitsslag maken door de transitie.’ Ook hij vindt de participatie te wensen overlaten, maar dan van medewerkers. ‘Bij de laatste inloopsessie kwam ongeveer 10 procent opdagen. Bij de verkiezing voor de OR is dat maar 6,5 procent.’

2 scenario’s

Over de communicatie van Cordaan Jeugd met medewerkers is Schoots zoals gezegd zeer te spreken. Volgens Marc Smit en Mariette van Bilderbeek is transparantie over de onzekerheden die er zijn, een voorwaarde voor een betrokken organisatie, en daarover niet aflatend communiceren. Smit: ‘Er zijn 2 scenario’s. In het meest positieve geval groeit de organisatie. In het meest negatieve geval krimpen we en hebben we 25 procent minder medewerkers nodig.’ Van Bilderbeek: ‘Niks is zeker, het gaat echt iedereen in onze organisatie aan. Ook de medewerkers die kinderen begeleiden voor wie er weinig verandert.’

Interview: Ellen Kleverlaan

Bron: www.invoorzorg.nl