SP komt met alternatief voor financiering AWBZ

De SP heeft een plan bedacht waardoor de zorg betaalbaar blijft, de koopkracht verbetert en tienduizenden banen in de zorg behouden blijven. Het plan komt van fractievoorzitter Emile Roemer en Tweede Kamerlid Renske Leijten.

Volgens de SP spelen er twee problemen. Allereerst is de premie voor de AWBZ slechts deels inkomensafhankelijk en ten tweede worden niet alle premiegelden gebruikt voor AWBZ-kosten. De SP heeft daarom aan het CPB gevraagd om verschillende varianten te berekenen voor een alternatieve financiering van de AWBZ.

Inkomensafhankelijke premie

Vaak wordt gesteld dat de AWBZ-premie inkomensafhankelijk is, stellen de SP’ers. ‘Dat is maar ten dele waar. Mensen betalen namelijk alleen over de eerste en tweede belastingschijf mee aan de AWBZ. Voor mensen met een hoger inkomen betekent dit dat ze een lager percentage over het gehele inkomen aan de AWBZ betalen dan mensen met een lager inkomen.’

Bekostiging AWBZ

De afgelopen decennia is de AWBZ flink veranderd, vervolgen de SP’ers. Zo hebben onder andere stopwatchzorg, indicatiestelling door het CIZ en aanbesteding ervoor gezorgd dat de zorg niet goedkoper, maar veel bureaucratischer is geworden. In diezelfde jaren is het beeld ontstaan dat de AWBZ onbetaalbaar wordt, maar ‘niets is minder waar’ volgens Roemer en Leijten. Ze laten in een tabel zien dat in de jaren 2001 tot en met 2013 zo’n 70 miljard euro aan AWBZ-premies gebruikt is voor andere doeleinden dan AWBZ-zorg. ‘Voor 2014 geldt dat er 34,1 miljard euro aan premie binnenkomt en er uiteindelijk maar 23 miljard aan AWBZ wordt betaald. De werkelijke kosten van de AWBZ in 2014 zijn 25,9 miljard. De overheid suggereert hiermee dat er een “exploitatietekort” van 2,9 miljard is.’ Deze gelden worden volgens Leijten ingezet als heffingskorting om nadelige fiscale effecten te verzachten. ‘Dat kan ook nuttig zijn. Maar het klopt niet dat wel fors gesneden wordt in de zorg en er daardoor vele tienduizenden banen gaan verdwijnen.’

Alternatieve financiering

Om in bovenstaande verandering te brengen komt de SP met drie alternatieven voor de financiering van de AWBZ. De berekening van het CPB is budgetneutraal voor de overheid. Door de alternatieven gaat 78 procent van de huishoudens in koopkracht vooruit. Alleenverdieners met een brutosalaris boven de 42.000 euro of tweeverdieners met meer dan 84.000 euro leveren koopkracht in.

Eerste variant: Gelijke premie voor iedereen
De geheven premie is in zijn geheel bestemd voor de AWBZ. Het verschil tussen bruto en nette opbrengsten verdwijnt doordat er geen premie wordt gebruikt voor belastingverlaging via heffingskortingen. Hierbij wordt uitgegaan van een gelijke premie over het gehele inkomen voor iedereen. Om tot een kostendekkende premie te komen, moet die 8,08 procent zijn. Dit leidt tot een verschuiving van de kosten van 7,2 miljard naar de hogere inkomens. De AWBZ-premie daalt voor de eerste en tweede schijf van 12,65 procent naar 8,08 procent en in de derde en vierde schijf komt een nieuwe premie van 8,08 procent.

Tweede variant: Inkomensafhankelijke premie
De premie wordt inkomensafhankelijk geheven zodat over alle belastingschijven premie moet worden betaald. Hierbij vindt een minder grote verschuiving plaats. Deze variant verschuift 3,6 miljard. De AWBZ-premie daalt daarbij in de eerste en tweede belastingschijf van 12,65 procent naar 9,41 procent. In de derde en vierde schijf komt een nieuwe premie van 3,09 procent.

Derde variant: Combinatie AWBZ en Wmo
De geïnde premie dekt zowel de AWBZ-uitgaven als de landelijke bijdrage ter bekostiging van de gemeentelijke Wmo, waaronder de thuiszorg, via het gemeentefonds. De SP gaat uit van de begroting van het ministerie van VWS voor 2014, zonder de bezuinigingen van het kabinet op de langdurige zorg. Zo komen zij op een totaal van 27,6 miljard aan noodzakelijke premieopbrengsten (25,9 miljard voor de AWBZ en 1,7 miljard voor de Wmo).

Verdere stappen

Na de invoering van een alternatieve bekostiging zijn aanvullende stappen nodig om de zorg toekomstbestendig te houden, menen Roemer en Leijten. Allereerst moet de concurrentie worden afgeschaft en samenwerken wordt de norm. De zorg moet kleinschaliger worden. Daarbij halen ze het voorbeeld van Buurtzorg aan die naar hun mening heeft laten zien dat het werken in kleine teams de patiënttevredenheid vergroot en het werkplezier terugbrengt. Bovendien zorgt de Buurtzorg-manier voor een daling van kosten. Ten derde zorgen zorgprofessionals voor de indicatiestelling. Het CIZ wordt afgeschaft. Gemeenten krijgen een belangrijke rol bij het organiseren van de zorg in en rond het huis. ‘In de thuiszorg wordt gewerkt met zelfstandige teams, per buurt, wijk of dorp georganiseerd, en de gemeente ziet toe op goede samenwerking en afstemming met en tussen onder andere huisartsen, consultatiebureaus en ouderencentra.’ Tot slot komen bestuurders onder de cao te vallen waardoor er een einde wordt gemaakt aan ‘absurde salarissen aan de top’.

Kritiek op SP-voorstel

Marcel Canoy, hoofdeconoom van Ecorys en distinguished lecturer bij Erasmus School  of Accounting and Assurance, ziet dat het plan voor de alternatieve AWBZ-financiering veel selectieve feiten bevat. Bovendien is de doorrekening van het CPB beperkt. Hoe noemt het alternatief geen onzin, maar ziet een aantal grote tekortkomingen.

Door MARK VAN DORRESTEIJN 6 aug 2014

Foto: ANP – Evert-Jan Daniëls

Bron: www.zorgvisie.nl