Honderden moeilijke kinderen rondgepompt in ggz-instellingen

Instellingen weten niet wat ze aan moeten met jongeren met complexe stoornissen

In Nederland zijn tientallen, mogelijk honderden kinderen die worden ‘rondgepompt’ tussen jeugdzorg- en ggz-instellingen. Deze kinderen zijn zo complex dat instellingen zich geen raad met hen weten en hen telkens doorschuiven. Daarover slaan drie directeuren van jeugdzorg- en ggz-instellingen die deze kinderen behandelen alarm. Volgens hen bestaat het probleem met deze kinderen al langer, maar verergert dit door de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten.

De gevolgen van dit ‘rondpompen’  zijn funest, stellen ze: kinderen voelen zich steeds ongewenster, verliezen het vertrouwen en gedragen zich steeds extremer. Zo worden ze gevoeliger voor zelfmoord en voor invloed van buiten, zoals criminaliteit,  prostitutie of radicalisering.

Het gaat om kinderen met dubbele of drievoudige diagnoses: zowel psychische als gedragsstoornissen. Instellingen kunnen deze combinatie vaak niet goed aan. Bij geweldsincidenten of zelfmoordpogingen wordt vaak de gelegenheid aangegrepen om het kind door te sturen.

‘Dit worden de duurste patiënten van de toekomst’, zegt directeur Marion van Binsbergen van de Heldringstichting. Volgens haar moeten centra worden opgericht die gespecialiseerd zijn in jongeren met meerdere diagnoses. ‘Het probleem is dat instellingen óf ggz doen, óf gesloten jeugdzorg, óf kinderen met een verstandelijke beperking. De hoop was dat die waterscheiding door de decentralisatie zou worden opgelost. Maar die maakt alles juist ingewikkelder. Ik moet nu praten met gemeenten die misschien een keer in de twee jaar een complex kind hebben. Denk je dat die willen investeren in dit soort zorg? Denk je dat 400 gemeenten met elkaar hierover beleid gaan maken? Gemeenten hebben nu ook nog niet de deskundigheid in huis om onderscheid te maken tussen de kinderen voor die dit wel of niet nodig is.’

‘Als we hier nu niets aan doen, dan ben ik ervan overtuigd dat we dat als maatschappij terugkrijgen als deze kinderen 18 of 19 zijn’, zegt Peter Houweling, locatiedirecteur van Horizon. Zijn instelling fungeert vaak als het laatste station. Hij pleit ervoor om eerder zware zorg in te zetten. ‘Er wordt te lang gewacht. Als je deze kinderen in het begin beter had geobserveerd, had je allang geweten dat je het met lichte zorg nooit zou redden. Nu krijgen kinderen soms pas op hun zestiende de juiste diagnose. Met alle bezuinigingen is zo langzamerhand een kritische grens  bereikt.’

‘Eigenlijk krijgen we hier bijna nooit een kind binnen dat níet is doorgeschoven’, zegt hij.  ‘Sommigen hebben zoveel mislukte ervaringen achter de rug, dat ze het gevoel hebben dat ze niets waard zijn. Dat gaat me echt aan het hart. Op zo’n moment ligt radicalisering op de loer. Soms zien we de Volkswagen Golfjes langsrijden met louche figuren erin.’

De Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), een adviesorgaan voor de overheid, trok eind vorig jaar ook al aan de bel over complexe kinderen: zij krijgen  ‘niet de zorg die zij nodig hebben’. De raad signaleert dat instellingen de problematiek ‘onvoldoende kunnen hanteren’ en dat ze daarom de kinderen overplaatsen, terwijl dit de problematiek ‘juist verergert’.

De Volkskrant sprak met de moeder van een autistisch meisje dat in vier jaar tijd heen en weer werd gesleept tussen zeven instellingen en vijftien behandelgroepen. ‘Mijn dochter moest overal weg’, zegt haar moeder. ‘Psychiaters lieten haar telkens weten dat ze haar niet aankonden. Kun je je voorstellen wat dat met een meisje doet? Ze voelt zich nergens gewenst. Ze is nergens welkom. En dat wéét ze, want met haar intelligentie is niks mis.’ Op haar vijftiende werd het meisje  verkracht door een man, die haar op Facebook wijsmaakte dat hij met haar wilde trouwen. De man werd veroordeeld tot twee jaar cel.

‘Instellingen denken tegenwoordig wel drie keer na voordat ze met een ingewikkeld kind in zee gaan’, zegt geneesheer-directeur Matt van der Reijden van het Leokannerhuis, gespecialiseerd in autisme. Hij zegt vaak kinderen tijdelijk doorgeplaatst te krijgen. ‘Maar als kinderen bij ons eenmaal zijn gestabiliseerd, dan blijkt het ongelooflijk ingewikkeld om ze weer terug te krijgen naar de instelling waar ze vandaan kwamen. Die willen hen dan niet meer. Met als gevolg dat alles bij ons verstopt raakt.’

‘We leven in een klimaat waarin continu wordt geroepen dat de behandelingen korter moeten en dat de isoleercel niet meer gebruikt mag worden. Een goed streven, maar de werkelijkheid is vele malen complexer. Als je aan ziet komen dat een patiënt de standaard twaalf behandelingen gaat overschrijden, dan zeg je als instelling al snel aan de voordeur: ja, dit is toch te complex voor ons. Ik verwijt beleidsmakers dat er te weinig naar de praktijk wordt gekeken. Er zijn gewoon kinderen bij die een half jaar nodig hebben om alleen al de hulpverleners weer te kunnen vertrouwen.’

Volgens de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) zouden gemeenten, als verantwoordelijken voor de jeugdzorg, meer de regie moeten nemen. Maar Van Binsbergen van de Heldringstichting zegt gemeenten soms nog de verschillen tussen jeugdzorg en de jeugd-ggz uit te moeten leggen. ‘Soms kan ik gewoon niet geloven dat we deze kwetsbare groep kinderen overlaten aan een systeem van marktwerking, aan een prijsvechtersmodel waarbij 400 gemeenten zorg moeten inkopen. Voor volwassenen is het nog beter geregeld.’

De laatste jaren ziet ze de problemen toenemen. ‘Een paar jaar geleden was 25 procent van onze patiënten een spoedplaatsing. Nu is dat 75 procent, een verdrievoudiging.’

Van Binsbergen: ‘Overal krijgen we te horen dat we moeten demedicaliseren, normaliseren, dat de behandelingen sneller en korter moeten en dat er minder kinderen gesloten moeten zitten. Erken gewoon dat het niet voor ieder kind korter en sneller kan. Voor sommige kinderen heb je gewoon twee, drie jaar nodig. Het zijn er maar een paar honderd. Haal die alsjeblieft uit de marktwerking, weg van de gemeenten, neem je verantwoordelijkheid als overheid en richt drie of vier centra op voor deze complexe kinderen. Anders krijgen we in de toekomst nieuwe Brandons.’

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten zegt de problemen te herkennen. Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid zegt samen met hen bezig te zijn de inkoop en plaatsing bij  zeer specialistische zorg beter te coördineren. ‘Dat gaat voor deze bijzondere zorg natuurlijk beter centraal dan via 390 afzonderlijke gemeenten.’ Volgens hem krijgt de VNG geld hiervoor.

Ook roept Van Rijn instellingen op om bij ‘twijfel over jongeren met ingewikkelde multi-problemen’ het Centrum voor Consultatie en Expertise in te schakelen, dat zoekt naar oplossingen voor deze kinderen.

Bron: www.volkskrant.nl

Door: Maud Effting

Datum: 5 juli 2016

Foto: ANP