‘Contact Veilig Thuis wordt als heftig gezien’

Bijna de helft van de kinderen in groep 7 en 8 heeft ingrijpende ervaringen, blijkt uit onderzoek. Leerkrachten zijn vaak bang om contact op te nemen met Veilig Thuis als ze een vermoeden hebben dat er iets mis is. ‘Het kind wordt te weinig betrokken bij wat er moet gebeuren.’

Het probleem is dat leerkrachten niet tijdig zien dat er iets mis is met een kind.

Nooit eerder is onderzoek gedaan in Nederland naar wat kinderen zelf vinden van hun jeugdervaringen en vervolgens een koppeling gemaakt met hoe ze zich fysiek voelen. De Jongerentaskforce heeft dat wel gedaan, in samenwerking met onderzoeksbureau TNO. De uitkomst is nogal schokkend: 45,4% van de 664 bevraagde kinderen uit groep 7 en 8 geeft aan één of meerdere ingrijpende gebeurtenissen te hebben meegemaakt.

Jeugdervaring

Eén op de negen kinderen geeft aan zelfs 3 of meer ingrijpende gebeurtenissen te hebben meegemaakt. Ruim een kwart van de kinderen zegt dat de ouders zijn gescheiden (25,8%). Nog meer kinderen, 26,7%, geeft aan een of meerdere vormen van kindermishandeling te hebben ervaren. Er blijkt een duidelijke relatie te zijn tussen elke ingrijpende jeugdervaring en de fysieke gezondheid van het kind.

Jongerentaskforce

Professionals die contact hebben met kinderen moeten snel zien dat er iets mis is, zegt Melanie Rietveld, lid van de Jongerentaskforce. Hierin zitten 13 jongeren van 14 tot 25 jaar. De Jongerentaskforce heeft als doel kinderen en jongvolwassenen te laten meepraten over een effectieve aanpak van kindermishandeling, vechtscheidingen en chronisch pesten. Voor kinderen in groep 7 en 8 die problemen thuis hebben, is vooral de leerkracht belangrijk als vertrouwenspersoon voor het kind.

Wie op zijn tiende levensjaar psychische problemen ervaart, heeft deze hoogstwaarschijnlijk ook nog op 22-jarige leeftijd. Deze problemen hebben een negatieve invloed op school- en werkuitkomsten. Dat concludeert Karin Veldman in haar promotieonderzoek.

Veilig Thuis

Het probleem is, zegt Melanie Rietveld, dat leerkrachten niet tijdig zien dat er iets mis is met een kind. En als ze wel iets vermoeden, dan zijn leerkrachten vaak terughoudend om contact op te nemen met Veilig Thuis, waar vermoedens van fysiek én psychisch geweld tegen kinderen gemeld kunnen worden. ‘Leerkrachten die niet weten wat ze met een situatie thuis aan moeten, kunnen juist bij Veilig Thuis terecht voor informatie, voor advies om te overleggen. Belangrijk is wel om het kind te betrekken in de actie die je als professional wil nemen. Vertel een kind altijd wat je doet en waarom, dat is belangrijk voor de vertrouwensband.’

Ouders

Vaak wordt contact met Veilig Thuis door leerkrachten gezien als een heftige ingreep, zegt Melanie Rietveld. ‘Of leerkrachten weten niet precies wat ze moeten doen. Dan praten ze met de ouders over de problemen. En krijgen de kinderen thuis te horen: “Wat heb jij tegen de leerkracht gezegd?” Je kunt het beter omdraaien: vraag eerst aan het kind wat er aan de hand is, wat het zelf wil en vertel aan het kind welke actie je wil ondernemen.’

Kinderombudsvrouw

De resultaten van het onderzoek door de Jongerentaskforce zijn door de Kinderombudsvrouw aangegrepen om verder te gaan met dit onderwerp. Professionals krijgen meer informatie over signalering van problemen bij kinderen en mogelijkheden om te handelen. De Jongerentaskforce zal over een aantal maanden opnieuw aan de bel trekken bij instanties wat is gebeurd met de actiepunten naar aanleiding van het onderzoek.

Door: Carolien Stam

Bron: www.zorgenwelzijn.nl

Datum: 2 januari 2017